|
|
 |
 |
|

|
Vreemdelingen
|
Voorbeelden van uitspraken
Verkeerscontrole : 2003-09-17, ABRvS, 200304445/1; JV 2003/496
Bewaring / Staande houden / Verkeerscontrole / Redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Uit het proces-verbaal van staandehouding en overbrenging blijkt dat bij een controle in het kader van de Wegenverkeerswet een personenauto met een Pools kenteken is aangehouden. Bij controle van de bestuurder bleek van illegaal verblijf in Nederland. Verbalisanten hebben aan dit concrete feit een vermoeden van illegaal verblijf van de in het voertuig aanwezige passagier, de vreemdeling, ontleend. De vreemdeling is naar zijn paspoort gevraagd. Bij het tonen hiervan bleek dat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank heeft ten onrechte geen doorslaggevende betekenis toegekend aan dit p-v, op de juistheid waarvan mocht worden afgegaan. Hieraan doet niet af dat in het p-v van de strafrechtelijke aanhouding van de bestuurder niet is vermeld dat van illegaal verblijf is gebleken. Gelet op de inhoud van het p-v van staandehouding is de rechtbank ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling op onrechtmatige wijze is staandegehouden.
Hoger beroep gegrond; vernietigt VK Amsterdam, 24 juni 2003, AWB 03/32580; beroep ongegrond
|
|
Bewaring in politiecel
Eiser heeft ten onrechte te lang in een politiecel verbleven. De rechtbank acht gronden aanwezig om op basis van art. 8:73 Awb een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank ziet in art. 106 Vw 2000 geen beletsel om art. 8:73 Awb van toepassing te achten. Dat voor de situatie dat de bewaring wordt of is opgeheven een speciale regeling is getroffen, staat er naar het oordeel van de rechtbank niet aan in de weg dat art. 8:73 Awb kan worden toegepast indien een onrechtmatigheid wordt geconstateerd die tot gegrondverklaring van het beroep aanleiding geeft zonder dat de bewaring daarbij wordt of is opgeheven. Art. 106 Vw 2000 biedt een uitbreiding van de mogelijkheden om schade te vergoeden en uit dit artikel vloeit voort dat het vergoeden van schade mogelijk wordt in de situatie dat de bewaring reeds eerder is opgeheven. Niet valt in te zien dat art. 106 Vw 2000 de werking van art. 8:73 Awb zou beperken. Hoewel naar het oordeel van de rechtbank het doen voortduren van de tenuitvoerlegging van de bewaring in een politiecel in plaats van in een huis van bewaring niet is te rangschikken over het besluitbegrip van de Awb, behoeft deze constatering aan toewijzing van het verzoek om schadevergoeding niet in de weg te staan. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit art. 8:73 Awb niet dat van een besluit sprake moet zijn. De gegrondverklaring van het beroep is voldoende voor toepassing van art. 8:73 Awb. Toekenning schadevergoeding ten bedrage van € 25,--
|
|
Redelijk vermoeden
De rechtbank heeft terecht overwogen dat op het proces-verbaal een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mocht worden gebaseerd, op grond waarvan appellant mocht worden staandegehouden. Dat het onderzoek slechts wees op de aanwezigheid van illegale vrouwen in de betrokken inrichting, maakt dat niet anders. Dit geldt te meer nu, naar in A3/2.2.2 Vc 2000 als uitgangspunt is neergelegd, in het geval het redelijk vermoeden betrekking heeft op een plaats of ruimte, iedereen die zich daar bevindt daadwerkelijk wordt gecontroleerd teneinde uit te sluiten dat bij die controle een keuze op uiterlijke kenmerken plaatsvindt. Gelet op het grote belang dat moet worden gehecht aan het vrijwaren van controles als de onderhavige van discriminatoire elementen ligt het in de rede dat in de verslaglegging wordt vermeld of en op welke wijze aan evenbedoeld uitgangspunt is vastgehouden. In het onderhavige geval kan aan het ontbreken van zodanige vermelding voorbij worden gegaan nu appellant in zijn grief niet klaagt over discriminatoir toezicht en ter zitting van de zijde van de minister is verklaard dat iedereen die zich in de inrichting bevond aan controle is onderworpen.
Hoger beroep ongegrond
|
|
|
|